04 juni 2015 Project: Werkman Rubriek: Artikelen

Werkman en Sandberg: een lezing in het Stedelijk Museum

Suzanna Heman, Assistent-Conservator van het Stedelijk Museum Amsterdam, gaf 12 maart 2015 een lezing over de bijzondere vriendschap van Willem Sandberg en H.N. Werkman. De lezing vond plaats in het kader van het randprogramma van de tentoonstelling het Stedelijk in de Oorlog, georganiseerd door het Stedelijk Museum Amsterdam en de stichting Werkman 2015.

Het is eigenlijk wel  heel bijzonder, die relatie tussen Werkman – drukker en parttime kunstenaar uit Groningen - en Sandberg – dan nog conservator van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Ze hebben elkaar maar zo kort gekend, en maar enkele keer ontmoet. En zelfs na de dood van de een, Werkman, blijft de ander, Sandberg,  inspiratie putten uit die ontmoetingen. Je mag wel zeggen dat  ze grote invloed op elkaar hebben gehad. Sandberg is meteen gegrepen door het werk van Werkman en is er diep van onder de indruk.

 Werkman Stedelijk in de Oorlog Amsterdam Castricum.jpg

In 1939 maakt Willem Sandberg kennis met het werk van Werkman, via Jan Wiegers, een van de schilders van de Groningse kunstenaarsvereniging De Ploeg. En hij bemiddelt dan meteen bij de totstandkoming van een tentoonstelling van zijn werk bij de galerie van Helen Spoor. De drukkerij van Werkman in Groningen loopt – door de crisis en de dreigende oorlog - niet goed, er komen té weinig nieuwe orders binnen. Aan de ene kant heeft hij daardoor meer tijd voor zijn vrije werk, maar aan de andere kant maakt het hem ook somber en dat is weer níet stimulerend natuurlijk voor zijn werk. Door het contact met Sandberg ontstaat een nieuwe artistieke energie.

Dat belang komt duidelijk tot uiting in de brieven van Werkman. Op 14 maart 1941 schrijft Werkman aan Sandberg
(…) U bent een van de weinigen die waardering hebben voor mijn werk en U kunt mij gelooven, vaak heb ik bij het beëindigen van een druk of schilderij gedacht: kon ik het U eens laten zien.

In dezelfde brief reageert Werkman op het verzoek van Sandberg werk in te sturen voor de tentoonstelling ‘De Verluchte bladzijde’. – SM 29 maart t/m 4 mei 1941) Werkman vindt zijn werk daar niet in passen, maar zend uiteindelijk toch in. Werkman is onzeker over die inzending en schrijft op 28 maart 1941 ‘Aan de heer Henkels’:

Van den heer Sandberg, conservator van het Sted. Museum te Amsterdam ontving ik een paar maanden geleden een uitnoodiging tot inzending van werk voor een tentoonstelling ‘de verluchte bladzijde’.Daar ik wist dat hij zich in dezen interesseerde voor de Next Calls en dergelijke dingen (de Next Call is het door Werkman gedrukte en uitgeven een tijdschrift), heb ik er eerst afwijzend op gereageerd met het oog op de tijdsomstandigheden, doch moest er tenslotte toch aan gelooven en heb het pakketje afgezonden, waarover ik een kaart ontving dat het nu geëxposeerd wordt.
In de recensie wordt geschreven over ‘een zeer interessante expositie’ En ook De Nieuwe Haarlemsche Courant schreef over de tentoonstelling en noemt Werkman ‘een vrije vogel’.

Werkman vervolgt zijn brief:De heer Sandberg heeft destijds een van de groote drukken van mij gekocht en interesseert zich bijzonder voor de uitgaafjes. Ik ben wel erg nonchalant in het aanhouden van relaties met dergelijke machtigen, maar ik herinner mij dat U eens gesproken hebt van een tentoonstelling. Mocht die ooit gehouden worden dan kan de heer S. ons daarbij goede diensten bewijzen.

Later zal Werkman inderdaad blij zijn dat hij uiteindelijk toch werk had ingestuurd voor ‘De verluchte bladzijde’. Eind april 1941 reist Sandberg af naar Groningen en bezoekt daar Werkman in zijn atelier en bij hem thuis. Werkman schrijft over dat bezoek op 29 april 1941 aan Henkels:
De heer Sandberg is vol lof over hetgeen hij van mij gezien heeft. (…) U kunt begrijpen dat zoiets goed doet. Zaterdagavond is hij nog teruggekomen (…). Hij kocht toen een hele serie van 14 stuks [ hot printing] en verklaarde ‘ik ben er zeer mee in mijn schik’. (…)
Maar nu komt er weer iets waar ik erg tegen opzie: ik moet binnenkort naar Amsterdam, de heer Sandberg wil mij in kennis brengen met eenige van zijn naaste vrienden een paar architecten en schilders, onder wie van Eesteren en Stam. (…) Hij bond mij op ’t hart dat dit goed voor mij zou zijn, dat ik door het werk recht op erkenning had en dat ik zeker door deze menschen goed ontvangen zou worden. Dat geloof ik allemaal wel, maar het valt mij zoo ontzettend moeilijk. Achterna, als ik weer thuis ben, ben ik weer een heele Piet, maar om tot de daad te komen en in de trein te stappen moet ik heel wat bezwaren uit de weg ruimen.

Maar een kleine maand later, 20 mei 1941, schrijft hij toch enthousiast aan Henkels over zijn tocht naar Amsterdam:
Een uitgelezen gezelschap was aanwezig, dames en heeren, allen vrienden van de fam. Sandberg. Uw zending was goed op tijd aangekomen, aan de wanden van twee kamers waren diverse druksels opgehangen, de kleine op tafels gelegd. De heer Sandberg en dochter beijverden zich om alles stuk voor stuk te laten zien, terwijl ik voor en na een verklaring moest geven over het ontstaan en zoo van wat er was. (…) De drukken zijn absoluut iets nieuws en trekken daardoor alleen reeds eenige belangstelling.

Intusschen werden in den loop van den avond verschillende afspraken gemaakt voor bezoeken enz. maar de heer Sandberg maakte ons tot woordbreker, door voor de Zondag beslag op ons te leggen voor een bezoek aan Castricum, waar de betonkluis onder de duinen een millioenenschat aan moderne schilderijen bevat, alle opgehangen zonder lijsten aan stalen rekken die uittrekbaar zijn.

Het is natuurlijk oorlog. De kluis is speciaal gebouwd om kunst uit het Stedelijk, maar ook bijvoorbeeld van het Rijksmuseum en van enkele particuliere verzamelaars veilig te stellen.
Met graagte hebben Wiegers en ik die uitnoodiging aangenomen, hebben met de heer en mevrouw Sandberg geluncht in hun optrekje midden in de wildernis van het uitgestrekte duinlandschap en genoten zoowel van de natuur als van de schilderijen, die anders in musea hangen. Van Gogh, Gauguin, Cézanne, Utrillo, Picasso, Campigli, Redon, Chagall, Manet, Monet, Pissaro, Seurat, Sisley, Corot, Renoir, Klee, en vele andere beroemde schilders. (…) Van Vincent van Gogh hingen er ook vier onbekende zelfportretten, voorstudies voor het prachtige zelfportret voor de schildersezel dat U wel kent. (dia: kluis – Carel Willink, Stanley Spencer) (…)

Maar ook de natuur heeft hem niet onberoerd gelaat, hij vervolgt zijn brief met:
Terug uit de kluis, mooi verkleumd door de kou die er heerscht, een wandeling door de duinstreek, langs broedende vogels op hun nest – een fazant op 14 eieren, Vlaamsche gaaien enz. – de nachtegaal maakte van de nacht een dag en zong wat hij kon. Dat was het besluit van een onvergetelijke dag.

Het uitstapje heeft een enorme indruk op Werkman gemaakt en vormde een grote inspiratie bij zijn werk, dat hij dan weer onverdroten oppakt. Werkman schrijft dan ook aan Sandberg (d.d. 21 mei 1941) een dankbrief:
Nu ik weer een paar dagen in Groningen ben, gaan mijn gedachten vaak naar Amsterdam terug, waar ik zulke prettige dagen heb doorgebracht. Ze waren al te gauw voorbij. Van al de herinneringen aan dit uitstapje staat natuurlijk bovenaan de Zaterdagavond bij U thuis doorgebracht. Door Uwe belangstelling en die van het gezelschap in mijn werk hebt U mij een herinnering voor het leven geschonken. En wat heb ik de zondag daarop genoten van het bezoek aan Castricum, zoowel onder den grond van de kunst der groote meesters als boven van de natuur. (…) En bovenal Uw vriendelijke huisje te midden van dat alles. Zowel in Amsterdam als Castricum was dat het centrum waarnaar thans mijn gedachten in dankbare herinnering teruggaan.

Het zijn niet alleen maar beleefdheidsfrases die Werkman hier schrijft. Het bezoek aan Amsterdam en Castricum stimuleert hem enorm om weer aan het werk te gaan met de druksels. En het resultaat mag er zijn, het is de serie ‘Amsterdam-Castricum’. Hij schrijft over die serie aan Henkels op 12 juni 1941:
Om twee redenen ben ik met de map Amsterdam-Castricum in mijn schik. In de eerste plaats omdat ik weer aan de slag ben met het maken van drukken (Werkman had dan al ruim een jaar geen druksels gemaakt, was depressief omdat de opdrachten voor de drukkerij terugliepen) en in de tweede plaats omdat het resultaat geheel anders is dan wat ik laatst heb gemaakt. Van de serie van 11 heeft het Stedelijk er 7 in de collectie.

Ook aan Sandberg schrijft Werkman over de map. Op 19 juni 1941:
En nu nog even over de inhoud van de map. De drukken zijn genummerd op de volgorde waarin ze gemaakt zijn, ze behoeven geen nadere toelichting of ze betrekking hebben op Amsterdam of Castricum, dat is uit de voorstelling wel te zien. (W. maakte 2 druksels in deze reeks die wel betrekking hadden op het weekend in Amsterdam en Castricum, maar niet direct met het bezoek aan de kluis te maken hadden.  Eén had betrekking op de grammofoonmuziek die hij bij Sandberg had gehoord, en de ander op de vleugel van den heer Tannebaum bij wie Werkman op bezoek was geweest tijdens dat weekend)

5 dagen later schrijft hij Sandberg weer:
Aan de heer Sandberg, 24 juni 1941
Een paar dagen later dan ik gedacht had te kunnen doen, zend ik U hierbij de portefeuille met 11 drukken Amsterdam-Castricum. (…) Het drukken biedt mij meer mogelijkheden dan het schilderen; ik kan me er vrijer en ook directer in uiten. Of dat komt doordat ik met het materiaal beter vertrouwd ben geworden in de loop der jaren weet ik niet. Wàt ik wil kan ik in elk geval beter zeggen met drukinkt dan met verf en mij dunkt ook dat de drukken meer waardering ondervinden dan de schilderijen.

Werkman Stedelijk in de Oorlog De Blauwe Schuit.jpg
Oorlogsomstandigheden maakten het leven op alle fronten natuurlijk veel moeilijker. Sandberg is bij de illegaliteit betrokken en maakt valse identiteitsbewijzen. Ook neemt hij deel aan de voorbereidingen voor de aanslag op het Amsterdamse bevolkingsregister aan de Plantage Kerklaan in Amsterdam, in de nacht van 27 maart 1943. Hij weet te ontkomen, maar zal de laatste twee jaar van de oorlog ondergedoken doorbrengen.

Werkman correspondeert natuurlijk over deze gebeurtenissen met zijn vrienden.
Aan Ate Zuithof, 12 april 1943
Vanmorgen kreeg ik een kaart uit Amsterdam met de bekende hand, meldende dat ze voor langen tijd op reis zijn, gezond en wel. Gelukkig dus nog gered op ’t nippertje. Hij schrijft wel erg nieuwsgierig te zijn naar het nieuwe werk.

Aan August Henkels, 13 april 1943
(…) in zijn brief van Zaterdag schreef Ate alarmerende berichten omtrent Sandberg, hij zou gearresteerd zijn of zoiets. Maandag kreeg ik echter uit Amsterdam gunstiger bericht. Hij is met zijn vrouw voor langen tijd op reis en is natuurlijk onbereikbaar. De deur is bij hem ingetrapt en het geld meegenomen. De vogel zelf is echter gevlogen.

Aan August Henkels, 16 april 1943
Jhr. S. wordt gedoodverfd als de hoofddader in het complot inzake de aanslag en de verbranding van het bevolkingsregister van Amsterdam. Verschillende personen zijn daarna gearresteerd. Tenminste zoo luiden de berichten uit Holland. Mooie relaties, wie zou zooiets ooit achter dat mannetje gezocht hebben. Ik wist niet dat hij zich met andere dingen bemoeide dan met de aangelegenheden van de kunst – en dat is al erg genoeg.

En schrijft hij Henkels over zijn eigen positie als kunstenaar in oorlogstijd:
Er komt hier weer een tentoonstelling van de Kulturkamer, waartoe ik ook aangezocht ben. Ik kan er helaas niet aan mee doen want ik ben drukker en schilder al in geen jaren meer.

Aan Trude Guermonprez
(echtgenote van de fotograaf Paul Guermonprez, die sinds mei 1942 geïnterneerd was in Sint-Michielsgestel) schrijft Werkman op 19 mei 1943 dat hij Sandberg nieuw werk had willen sturen, maar dat gelukkig nog niet gedaan had. Maar hij vervolgt: (…)  met dat al ben ik de promotor kwijt die zooveel voor mij heeft gedaan en van plan was nog te doen. Enfin, dat is niet erg, helemaal niet erg. Veel beroerder is dat wij nu niets kunnen doen voor hem en voor zoovele anderen.-

Het mag duidelijk zijn dat Sandberg op alle fronten een grote – positieve – invloed had op Werkman. Des te verdrietiger dat Werkman op 13 maart 1945 werd gearresteerd – wegens verdenking van het drukken van illegaal drukwerk, waarvoor overigens nooit bewijs is geleverd - en op 10 april 1945 werd gefusilleerd, vlak voor het beëindigen van de 2e Wereldoorlog. Wat die laatste dagen in de gevangenis hebben gedaan met Werkman, zal straks blijken tijdens de voordracht van Job Cohen.

Werkman en Sandberg hebben elkaar  uiteindelijk betrekkelijk kort gekend. Hoeveel keer hebben ze elkaar gezien? 4x? 5x? Maar de beide mannen hebben elkaar enorm gestimuleerd, artistiek uitgedaagd en gesteund! Want ook Werkman beïnvloedde Sandberg bij zíjn werk. Sandberg werkte al als grafisch vormgever voordat hij bij het Stedelijk ging werken, maar dat is over het algemeen nog vrij traditioneel. Door zijn ontmoeting met Werkman gaat ook Sandberg meer experimenteren. Met name in de experimenta typografica – ontstaan tijdens zijn onderduikperiode van eind 1943 tot april 1945, maar ook in zijn latere ontwerpen voor de catalogi en affiches voor het Stedelijk ‘ontdekt’ hij dat met scheuren of met een mes uitprikken van letters en cijfers hij speelsere ontwerpen kan creëren dan voordien. Ook gebruikte Sandberg – net als Werkman – zowel de negatieve als de positieve vormen van scheursels.

Ook na de oorlog blijft Sandberg, die inmiddels directeur is van het Stedelijk, zich inzetten voor Werkman en zijn artistieke nalatenschap. Al op 24 november 1945 ( tot 17 december) opent de tentoonstelling Werkman: drukker-schilder in het Stedelijk Museum Amsterdam.

De reacties in de pers zijn buitengewoon goed:
Algemeen Handelsblad roemt zijn ‘veelzijdig vakmanschap’ en ‘zijn zeldzame kleurgevoeligheid, zijn gezond rafinement en de rijkdom van zijn technische hulpmiddelen’.
Vrij Nederland heeft het ook over zijn ‘veelzijdig vakmanschap’ en bewondert zijn ‘rijke fantasie’.
”Trouw verbaast zich erover dat ‘een kunstenaar van dit formaat tot nog toe in Amsterdam vrijwel onbekend is gebleven’. En de Culturele Agenda vraagt zich af ‘wie deze Werkman is’ en komt tot de conclusie dat het een vechter voor recht en vrijheid is door middel van een geheel nieuwe uitdrukkingswijze, nl. : kleurencomposities in drukinkt’.

Het is definitief dé doorbraak van de kunstenaar Werkman. Sandberg (van 1945 tot 1963 directeur van het SM) zal zijn werk blijven promoten en organiseert verschillende tentoonstellingen in binnen- en buitenland. Maar ook directeuren en conservatoren ná hem – en dan m.n. Jan van Loenen Martinet (geestelijk vader van het Werkman-archief) zullen zich inzetten voor Werkman en zijn werk. Martinet is dan ook nauw betrokken als in 1962 de Stichting H.N.Werkman wordt opgericht. En in 1963 verschijnt zijn boek ‘Hot Printing’,(dia: omslag boek). ‘Hot Printing’: de serie met die naam gaat als pars pro toto voor de druksels van Werkman fungeren.

Suzanna Heman
Assistent-Conservator Stedelijk Museum Amsterdam



De Redactie


Wilt u reageren?

U moet geregistreerd en ingelogd zijn om te kunnen reageren.

logo.pngpresenteert


Werkmanproject

2015
Werkmanproject
Vrijheid van Geest 

Projectinformatie

Project volgen


Relevante links

Werkman

Groninger Museum
Werkmanarchief
Werkman 2015
GR-ID
Drachten Dr888
Galerie Werfkade 16
Grafisch Centrum Groningen
De Typografentafel

Grafiek & Drukwerk

Museum Meermanno
Masereel Centrum
Drukwerk in de Marge


Redactie

Saskia Monshouwer - hoofdredactie
Mieke Mens - beeldredactie
Joyce Gabeler